Door Rudy Boxman ( RJBTEAM )
In en rondom steden ziet men buitenslapers vaak op de volgende typen plekken:
1. Beschutte stedelijke structuren
Onder viaducten, brugpijlers en fly-overs: Bieden bescherming tegen regen en sneeuw en vangen soms nog wat warmte van het verkeer op.
Parkeergarages en portieken: Vooral overdekte of deels afgesloten ingangen van openbare gebouwen, winkelcentra of lege bedrijfspanden.
NS-stations en OV-knooppunten: Hoewel de handhaving op stations streng is, zoeken mensen rondom stationsterreinen (zoals bij de fietsenstallingen, laad- en losszones of overdekte perronhoeken) vaak beschutting.
2. Groen- en natuurgebieden
Parken en bosranden: Dichte struikgewassen, bosschages of beschutte hoeken in stadsparken waar een tentje, opklapbed of slaapzak niet direct zichtbaar is vanaf het hoofdpad.
Langs spoorlijnen, waterwegen en kanalen: Randgebieden langs spoorlijnen, kanaaldijken of industriehavens waar weinig voorbijgangers komen.
3. Tijdelijke constructies & verlaten plekken
Tenten en “tentenkampjes”: Kleine, vaak verscholen tenten in bossen, parken of op braakliggende terreinen.
Leegstaande/kraakpanden en schuurtjes: Bouwketen, leegstaande bedrijfshallen, openstaande bergingen of volkstuintjes.
Auto’s: Mensen die nog een voertuig bezitten, slapen geregeld op grote (gratis) parkeerterreinen, P+R-locaties of bedrijventerreinen.
Waarom kiezen mensen voor de buitenruimte?
Niet iedereen die dakloos is, voelt zich thuis of veilig in de reguliere opvang. Belangrijke redenen om buiten te slapen zijn:
Veiligheid en rust: De grootschalige opvang kan hectisch, druk of onveilig aanvoelen door geluidsoverlast, spanningen of diefstal.
Huisdieren of partners: In veel nachtopvangen zijn honden of huisdieren niet toegestaan, of worden mannen en vrouwen gescheiden opgevangen.
Regels en eigen regie: Soms gelden er strikte huisregels of binnenkomsttijden die niet aansluiten bij iemands levensritme of psychische gesteldheid.
Eigen bijdrage of status: Voor sommige vormen van opvang wordt een eigen bijdrage gevraagd, of heeft men op papier geen (regionale) binding of geldige documenten om toegelaten te worden.
Straat- en veldwerk
In vrijwel elke gemeente lopen straatartsen, veldwerkers (zoals van de GGD of Leger des Heils) en handhavers rond. Zij kennen de specifieke plekken in de regio waar buitenslapers zich ophouden om medische zorg, maaltijden, een deken of een luisterend oor te bieden.
Mensen die buiten op de grond slapen, moeten zich vooral beschermen tegen optrekkende kou (geleidingskoude via de bodem koelt het lichaam sneller af dan de buitenlucht) en vocht. Ze gebruiken daarvoor een combinatie van geïmproviseerde spullen en reguliere outdoor-materialen.
1. Isolatie van de ondergrond (tegen kou en vocht)
Karton: Dit is veruit het meest gebruikte geïmproviseerde isolatiemateriaal. Dik, dubbelgegolfd karton van grote dozen (bijvoorbeeld van witgoed of supermarkten) bevat een luchtlaag die de koudestraling van tegels of zand uitstekend tegenhoudt.
Isolatiematjes en yoga-matten: Eenvoudige foam-matjes (schuimrubber) of zilveren isolatiedekens voor autoruiten.
Houten pallets: Door een pallet op te scharrelen, ligt iemand een stukje boven de natte of ijskoude grond. Hierop leggen ze vaak karton en een matje.
Piepschuim (EPS-platen): Soms gevonden bij bouwterreinen of grofvuil. Het weegt niets en isoleert extreem goed tegen grondkou.
2. Bescherming tegen wind en regen
Zeilen en afdekzeil (tarp): Bouwzeil (oranje/blauw) of plastic schildersfolie wordt gebruikt om een afdakje te maken, of wordt om de slaapzak heen gewikkeld om dauw en regen tegen te houden.
Vuilniszakken: Grote stevige (pulla) afvalzakken worden over het voeteneind van een slaapzak geschoven als waterafstotende hoezen, of aan elkaar getapet tot een grondzeil.
Bivakzak (bivy bag): Een waterdichte hoes die om een slaapzak heen gaat.
3. Warmte en slaapsystemen
Meerdere slaapzakken in elkaar: Een dunne zomerslaapzak ín een grotere slaapzak schuiven creëert een extra luchtlaag voor veel betere isolatie.
Lagendeken (kleding): Buitenslapers slapen vrijwel altijd met meerdere lagen kleding aan (thermo-ondergoed, hoodies, jassen) inclusief muts en dikke sokken, omdat veel warmte via het hoofd en de voeten verloren gaat.
Kranten en papier: In noodsituaties worden kranten onder de kleding gestopt (borst en rug) als extra isolatielaag tegen de wind.
4. Vaste opstellingen (de “nest”-methode)
Mensen die langere tijd op een vaste beschutte plek overnachten, bouwen vaak een gelaagd bed op:
Onderlaag: Houten pallet of dikke laag karton op de stenen/grond.
Waterdichte laag: Plastic zeil of vuilniszakken.
Isolatielaag: Foam-matje, oud matras of dikke dekens.
Slaaplaag: Slaapzak (of dubbele slaapzak).
Toplaag: Zilveren reddingsdeken (space blanket) of extra zeil tegen dauw en vocht.
Gemaakt door,
Rudy Boxman ( RJBTEAM )
☎️0657051840☎️
📲0657051840📲WhatsApp.
RJBTEAM.
